4 april, après-skitijd

Tien jaar geleden zat ik op een bankje met mijn ballerina’s in de sneeuw en de zon die verblindend wit op de bergen rondom ons scheen en op de achtergrond ongetwijfeld het gebulder van de Navisence want het was 4 april en het smeltwater wist zich geen blijf met zichzelf.

Zinal Zwitserland
De Navisence baant zich een weg door Plat de la Lé in Zinal. 12 dagen voordat het lief mijn lief werd.

Ik ga u vandaag een verhaaltje vertellen. Het verhaaltje van hoe het lief tien jaar geleden het lief werd – mijn lief. Hoe er een einde kwam aan mijn Intseroc-avonturen. Hoe een braaf seutje gelijk ik met een Antwerpse student naar huis kwam. Geniet ervan want dit is veruit het meligste dat je ooit op deze blog zal lezen.

Ik ging al sinds mijn achttiende levensjaar mee op werkvakantie met Intersoc en was van plan dat te blijven doen zolang ik studeerde. Maar in 2008 kwam er onverwacht een einde aan mijn tijd op de schoolbanken toen ik vlak voor de paasvakantie besloot te stoppen aan het eerste jaar op de unief want Latijn bleek toch niet het allerbelangrijkste in mijn leven. Mijn ouders waren daar niet bepaald happy mee en wilden natuurlijk dat ik zo snel mogelijk op zoek zou gaan naar werk, in plaats van nog twee weken de flierefluiter te gaan uithangen in Zwitserland. (Want hoewel het fysiek keihard werken was in het hotelrestaurant, bleef het natuurlijk onbetaald werk en voor mij vooral vakantie.) Ik wist dus héél goed dat het mijn laatste keer Intersoc zou zijn.

Zinalgletsjer
Ik ga niet naar de Alpen om te skiën, maar altijd om te wandelen. Dit zou ik aan de Zinalgletsjer zijn maar sneeuw is sneeuw, nietwaar. Drie dagen voordat het lief mijn lief werd.

Ik ging niet alleen: mijn toenmalige beste vriendin was erbij in week één, en enkele oude Intersoc-vrienden. Er werd gewerkt, gelachen, gewandeld onder een immer stralend blauwe lucht en ergens aan de rand van mijn bewustzijn zweefde het lief dat toen nog niet mijn lief was.
Pas in week twee, toen mijn beste vriendin naar huis was en ik aandacht kreeg voor andere mensen in onze Tafeldienstploeg, begon hij me op te vallen. (Mannen met krullen.. Ik heb daar een zwak voor.) En mij te plagen. Te porren in mijn zij als ik hem niet zag aankomen. Te veel aandacht te besteden aan mijn onbeduidend figuurtje, dus.
Op de één of andere manier kwamen wij altijd bij elkaar als er met twee iets gedaan moest worden, zoals hij nappen en ik bestek leggen, of vuilnis naar beneden brengen, of met de kar en de vuilzak door het restaurant lopen om tafel na tafel af te ruimen wanneer alle gasten weg waren. En lachen en babbelen en onnozel doen intussen. Dat de directrice ons op de laatste dag uit elkaar moest halen omdat ze vreesde dat het werk eronder zou leiden. Keiromantisch he?

Op de voorlaatste avond was het cocktailavond in het hotel maar het was een familiehotel dus de cocktails waren redelijk braaf en het lief dat toen nog niet mijn lief was, deed verdienstelijke pogingen om mij dronken te voeren en me vervolgens mee te krijgen naar zijn kamer. Maar ik ben goed opgevoed en niet onnozel en ik was bovenal totaal niet zat dus ik wees hem af nog voor hij me kon kussen.

Dat ik toch in mijn hoofd zat met die opdringerige Antwerpenaar bewees de redelijk slapeloze nacht die hierop volgde, en het ongelooflijk ongemakkelijke moment toen we de volgende ochtend om 6u met ons tweetjes de koffiekannen en de ontbijtbuffetten moesten gaan klaarzetten. Ik wist niet waar kruipen. Maar de rest van de ochtendshift verliep als vanouds, inclusief plagerijtjes en ik was bijna opgelucht dat hij het niet scheen te zullen opgeven. We moesten al meteen door met de middagshift maar tijdens onze pauze gingen we even naar buiten en stemde ik ermee in om na ’t werk met hem een wandelingetje te maken. We wisten allebei: nu gaat het gebeuren!

Zinal Zwitserland
Het uitzicht van op ‘ons’ bankje, drie dagen voordat het lief mijn lief werd.

Het was après-skitijd, we zaten daar helemaal alleen op dat bankje aan het einde van het dorp met zicht op niks anders dan bergen en sneeuw en toen kuste hij mij. En werd zo mijn lief. Ik denk dat het landschap daar héél veel mee te maken had. En de vlinders in mijn buik. Maar toch: ziet die bergen jong.

Tien jaar geleden had ik nooit gedacht dat we nu nog samen zouden zijn. Ik was er in het begin namelijk van overtuigd dat hij me voor de gek hield. Hij, de populaire student, in het praesidium van een studentenclub en dus het grootste deel van zijn tijd op café doorbrengend, verliefd op mij, het saaiste meisje van het hele land dat net begon met fulltime werken? Dat kon er bij mij dus echt niet in. Ik denk dat het ongeveer een jaar van eindeloos heen-en-weer-pendelen – met bus, trein en nog eens bus op weekdagen anderhalf uur onderweg – en héél veel ruziemaken heeft geduurd voor ik het begon te geloven…

liefde
Het lief en ik op het perron in Leuven. Foto gemaakt door vriendin C toen het lief bijna twee jaar mijn lief was.

En kijk. Daar zijn we dan. Het lief en ik. Ik heb nooit iemand liever gezien dan hem. En ik denk ook niet dat dat gaat veranderen. Ik voel nog altijd vlindertjes, soms zomaar, als ik hem hoor thuiskomen van zijn werk of wanneer hij me onverwachts opbelt. Wanneer zijn haar wat langer is en ik mijn vingers door zijn krullen kan halen. Wanneer hij de coolste schoenen van heel de wereld durft aandoen onder een verder saai kostuum. Wanneer hij wil gaan mee schieten met de andere gamers in zijn spelletje en heel lief om toestemming vraagt.
Wanneer hij niks koopt voor Valentijn maar me wel zomaar een bos bloemen geeft als hij eraan denkt. Wanneer we elkaar vastpakken want er is geen betere vastpak in de wereld dan de onze, hij mijn gezaag verdraagt en we eens goed kunnen roepen tegen elkaar. Wanneer hij mij duts noemt, en ik hem lief (mijn liever-dan-lief!). Wanneer we elkaar aansteken tot een vreetbui of duur uit eten gaan, omdat het kan. Wanneer ik hem ergens sta op te wachten en hem zie aankomen en me keihard moet inhouden om niet op hem af te rennen en me in zijn armen te gooien, ook al hebben we elkaar die ochtend nog gezien.
Ik zie hem nog liever wanneer hij voor de vierde dag op rij vertikt de vaatwasser leeg te maken, of met zijn modderschoenen de trap op banjert, of mijn eten als ‘bwa ça va wel’ bestempelt, wanneer hij stiekem één van MIJN Danettes pikt of te veel geld uitgeeft aan wijn.
Wanneer hij zegt dat hij me mooi vindt, nog mooier dan vroeger, ook al ben ik het nog altijd niet met hem eens. Wanneer hij gewoon wéét dat lucht bevriest op -215°C en hij me omver praat met wetenschappelijke, financiële of politieke weetjes. Wanneer hij totaal niet geïnteresseerd is in de dingen die ík weet zoals wat art nouveau is, of hoe een fazant klinkt, maar er toch stukken uit onthoudt. Wanneer ik als nieuwsmijder maar weer eens niet op de hoogte ben van wat er in de wereld gebeurt en hij me daarover moet vertellen.
Wanneer hij mijn hand vastpakt en ik de wereld aankan, wanneer hij zijn kleren weeral naast in plaats van in de wasmand deponeert (o cliché), wanneer hij lacht en er kuiltjes in zijn wangen verschijnen, wanneer hij probeert te liegen maar het hem niet lukt, wanneer hij met een totaal andere maar veel mooiere armband thuiskomt dan degene die ik ter inspiratie aanwees in de etalage (een Mr. Bean-momentje maar dan beter), wanneer we gewoon bij elkaar zijn…

Ik zie u graag lief.

15 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *